De WHOA maakt het mogelijk schulden te herstructureren zonder faillissement. De regeling werkt, maar stelt eisen aan timing, waardering en voorbereiding.
Sinds 1 januari 2021 kent de Faillissementswet de Wet homologatie onderhands akkoord. Daarmee kan een onderneming een akkoord met schuldeisers en aandeelhouders door de rechtbank laten bevestigen, ook wanneer niet iedereen instemt. Voor die tijd kon een enkele schuldeiser een reddingsplan blokkeren.
Klassen en stemming
Schuldeisers worden ingedeeld in klassen naar rang en positie: banken met zekerheden, leveranciers, de Belastingdienst, aandeelhouders. Binnen elke klasse wordt gestemd. Een klasse stemt in wanneer schuldeisers die samen ten minste twee derde van het bedrag vertegenwoordigen voorstemmen.
Stemt ten minste een klasse in, dan kan de rechtbank het akkoord toch bevestigen en daarmee ook de tegenstemmende klassen binden. Dat heet in de praktijk een dwangakkoord tussen klassen.
De klassenindeling is daardoor geen administratieve stap maar een strategische. Wie de klassen anders indeelt, verandert de uitkomst van de stemming.
Waardering is het strijdpunt
Een tegenstemmende schuldeiser kan zich verzetten met het argument dat hij bij een faillissement beter af zou zijn. Daarvoor moet de reorganisatiewaarde worden afgezet tegen de liquidatiewaarde. Die vergelijking is de kern van vrijwel elk WHOA-geschil.
Ook de verdeling van de meerwaarde speelt. De wet gaat uit van een rangorde: een lagere klasse mag in beginsel niet meer krijgen dan een hogere. Afwijken kan, maar vereist een goede reden.
Kleine schuldeisers met een vordering tot 5.000 euro nemen een aparte positie in. Zij moeten in beginsel ten minste twintig procent van hun vordering krijgen, tenzij er een zwaarwegende grond is om daarvan af te wijken.
Timing
De WHOA is bedoeld voor de situatie waarin een faillissement redelijkerwijs dreigt maar er nog waarde te behouden valt. Te vroeg starten kan niet, omdat de toestand dan ontbreekt. Te laat starten heeft geen zin, omdat er dan geen liquiditeit meer is om het traject te dragen.
Dat tijdsvenster is smal. In de praktijk komt een deel van de trajecten niet van de grond doordat de voorbereiding pas begint als de kas al leeg is.
Ondersteunende voorzieningen
Tijdens een traject kan de rechtbank een afkoelingsperiode afkondigen, waarin schuldeisers geen verhaal kunnen nemen en lopende contracten in stand blijven. Ook kan de rechtbank vooraf beslissen over deelvragen, zoals de klassenindeling, zodat daarover later geen discussie meer ontstaat.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een herstructureringsdeskundige te laten benoemen. Dat kan ook op verzoek van een schuldeiser, wat de regeling niet alleen tot een instrument van de onderneming maakt.
Voor bestuurders
Bij dreigende insolventie verschuift de oriƫntatie van het bestuur van de aandeelhouders naar de gezamenlijke schuldeisers. Betalingen die op dat moment nog worden gedaan, worden achteraf beoordeeld op selectiviteit.
Vroeg advies beperkt dat risico. Nichekantoren op dit terrein, zoals RESOR in Amsterdam, werken zowel voor ondernemingen als voor financiers en curatoren.
Begrippen bij dit onderwerp
- WHOA
Wet homologatie onderhands akkoord, sinds 2021 onderdeel van de Faillissementswet. - Curator
Door de rechtbank benoemde advocaat die bij faillissement het vermogen beheert en vereffent. - Paulianeus handelen
Rechtshandeling voor het faillissement waardoor schuldeisers zijn benadeeld, zoals een schenking of een selectieve betaling. - Bestuurdersaansprakelijkheid
Persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor schade door onbehoorlijk bestuur.
Kantoren op dit terrein
RESOR
Nichekantoor voor herstructurering en insolventie, met daarnaast een cassatiepraktijk.
Verder lezen in de gids
Andere artikelen
-
11 augustus 2026 · Personen- en familierecht
Toevoeging in 2026: inkomensgrenzen, vermogenstoets en eigen bijdrage
Wie een advocaat nodig heeft maar de kosten niet kan dragen, kan een toevoeging aanvragen. De normbedragen voor 2026 staan vast en het peiljaar is 2024.
-
28 juli 2026 · Fiscaal recht
Vergrijpboete of verzuimboete: het verschil zit in de bewijslast
Een boete van de Belastingdienst kan uit twee verschillende stelsels komen. Dat onderscheid bepaalt wie wat moet bewijzen en hoe hoog het bedrag uitvalt.
-
14 juli 2026 · Arbeidsrecht
Vaststellingsovereenkomst bij ontslag: waar het misgaat met de bedenktijd
De meeste dienstverbanden eindigen met wederzijds goedvinden. De wettelijke bedenktijd van veertien dagen wordt daarbij regelmatig verkeerd toegepast.